Bemesting

Facebook LinkedIn Twitter Google+ Email

Microvergisters hebben mest als voedingsbron. Vooral voor rundveehouders is het van groot belang dat deze mest na vergisting nog steeds een kwalitatief hoogwaardig product is. 
Goede bemesting is essentieel voor goede ruwvoerkwaliteit en staat daarmee aan de basis van een goede bedrijfsvoering!

Het is dan ook niet opmerkelijk dat bemesting een belangrijk thema is binnen dit praktijknetwerk.
Er leven veel vragen bij de deelnemers over ondere andere de bemestingswaarde van het eindproduct uit de microvergisters. Wat betekent het vergistingsproces voor werkingscoëfficiënt, wat voor effect heeft digestaat/ mineralenconcentraat het op de bodemvruchtbaarheid, wat is het juiste moment van toediening, hoe kan het het best toegediend worden, kan de microvergister bijdragen aan het verder sluiten van de mineralenkringloop. Dit zijn allemaal onderwerpen waar de leden van het netwerk zich de komende periode over zullen buigen. 

Bodemkwaliteit

Als eerste heeft de groep "Bemesting" gezocht naar kennis over het effect dat digestaat en/of mineralenconcentraat hebben op de bodemkwaliteit.
Omdat er nog geen onderzoeken zijn gedaan naar digestaat uit monovergisters en mineralenconcentraten uit mestraffinage hebben ze hierbij gekeken naar andere onderzoeken. Het louis Bolk instituut heeft op proefbedrijf De Marke een onderzoek gedaan naar de effecten van diverse bemestingssoorten op de bodemkwaliteit. Zij testte onder andere digestaat uit covergisters, vaste stalmest en kunstmest. Opvallend genoeg waren hier geen duidelijke verschillen te vinden.
De conclusie van de subgroep 'Bemesting' is dat niet is aangetoond dat digestaat een ander effect heeft op de bodemkwaliteit dan drijfmest.

Werkingscoëfficiënt

Voor het bepalen van de werkingscoefficient van meststoffen zijn uitgebreide proeven nodig.
De microvergisters zijn nog te jong om hier resultaten van te hebben, daarom is ook hier eerst weer gekeken naar digestaat uit een co-vergister. Voor de wet is het digestaat uit een monovergister hier overigens ook gelijk aan.
In 2009 is de pilot mineralenconcentraat opgestart met als doel om concentraat (dunne fractie) uit mestverwerking aan te mogen wenden als kunstmest. In de proef is aangetoond dat het mineralenconcentraat wat ontstond na mestscheiding volgens het proces van ultrafiltratie en omgekeerde osmose een hogere werkingscoëfficiënt heeft dan gewone drijfmest. De uitslagen liggen nu bij de Europese Commissie met het voorstel om dit mineralenconcentraat binnen de Europese meststoffenwetgeving ook deze hogere werkingscoëfficiënt toe te kennen.
De resultaten uit deze proef zijn natuurlijk niet 1 op 1 te kopiëren voor alle microvergisters, maar het helpt de bemestingsgroep wel om een beeld te vormen. -a

Het ministerie van Economische Zaken
eindverantwoordelijk voor POP2 in Nederland
  Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling Europees Landbouwfonds voor
Plattelandsontwikkeling:
“Europa investeert in zijn platteland”